|
|
Nederlandse lotto
Bij de wekelijkse lotto worden zes getallen
(uit 45 getallen) en een kleur getrokken (uit 6 kleuren). Hoe meer overeenkomsten
er zijn tussen de getallen/kleur van een ingevuld rijtje en de trekkingsguitslag, hoe hoger de eventuele prijs.
Typisch is dat deze prijzen vastgesteld zijn, d.w.z. de hoogte ervan is niet
afhankelijk van het aantal winnaars in een bepaalde prijsklasse. Bij het begin van de lotto
in 1974 en in de jaren daarna was dit wel het geval; wanneer je een prijs had, kon je op de
woensdag na de trekking in de krant lezen hoeveel je nu precies gewonnen had. Er werden toen 6
getallen en een reservegetal getrokken uit 41 getallen en de hoofdprijs was gebonden aan een
wettelijk maximum van 500.000 gulden.
Na het loslaten van dit maximum werd de lotto aanzienlijk gewijzigd. Men ging over van
41 op 45 getallen en introduceerde vaste prijzen (voor zover bekend is dit alleen bij de
lotto in Nederland het geval), de hoogste prijs werd X miljoen en de prijzen werden
afhankelijk van het aantal juiste getallen, een reservegetal en een kleur waardoor er niet
minder dan 17 verschillende prijsklassen ontstonden.
Met ingang van maart 2008 verdween het reservegetal en het aantal prijsklassen werd
teruggebracht naar 9. De lotprijs werd verhoogd naar €1,25 (daarvoor €1,00).
Per april 2009 is de inleg verhoogd naar €1,50 per lot maar met uitzondering van de jackpot en de 7e prijs
veranderen de prijzen niet.
Op de pagina TEST Nederlandse lotto kun je getallen selecteren, zien
welke prijzen er vallen en wat je opbrengst per ingelegde Euro is. De test toont de resultaten op
basis van het vorige prijzenschema (per maart 2008) én op basis van het nieuwe schema (per 11 april 2009).
Uitgangspunt voor de testen zijn de netto prijzen, na aftrek van
29%
kansspelbelasting voor prijzen van meer dan €454,00.
Prijzen Nederlandse lotto
Per 11 april 2009 heeft de Nederlandse lotto het inleggeld verhoogd van €1,25 naar €1,50.
Dit is een toename van 20%.
Omdat de prijzen, met uitzondering van de jackpot en de 7e prijs, onveranderd blijven is deze
wijziging van de spelregels natuurlijk niet in het voordeel van de deelnemer.
Om het effect van de kostenverhoging duidelijk te maken hebben we in de onderstaande tabellen een
kolom 'Factor inleg' opgenomen. Het mag duidelijk zijn dat, wanneer de inleg 20% hoger wordt en
de prijzen niet veranderen, de beloning als factor van de inleg met 20% vermindert.
Een uitzondering is de jackpot; door de verhoging van de jackpot is de gelukkige winnaar in
de nieuwe situatie 25% beter af.
Een andere uitzondering is de 7e prijs; omdat deze prijs wordt verhoogd van €4,- naar €4,50 is
de winnaar niet 20% onvoordeliger uit, maar slechts 6,7%.
|
Situatie per april 2009 (nieuw)
Met ingang van 11 april 2009 kost een lot €1,50.
|
Situatie per maart 2008 (oud)
Met ingang van maart 2008 kost een lot €1,25 (voorheen €1,00).
|
Commentaar bij de wijzigingen per 11 april 2009
De Nederlandse lotto maakte, in vergelijking met het buitenland (w.o. EuroMillions), als
produkt al geen beste indruk; in alle overige landen is de lotto-deelnemer qua rendement beter af.
De tijd dat de hoofdprijs (een kans van 1 op X miljoen!) werd beloond met een videorecorder ligt ver achter
ons, maar de overige prijzen zijn in vergelijking met andere lotto's nog steeds -en steeds meer- opvallend laag
(Vergelijking).
Ondanks dat houdt de Nederlandse lotto zelf de moed er in:
Kortgeleden ontving u van ons een mailing waarin ook de prijs verhoging aan de
orde kwam Meespelen met Lotto wordt daardoor aantrekkelijker dan ooit. De Jackpot
kan vanaf 11 april 2009 namelijk oplopen tot maar liefst € 40.000.000**!Bovendien
start de Jackpot vanaf dan op € 7.500.000 (was € 5.000.000) en stijgt elke week
met € 500.000 (was € 400.000). Allemaal goed nieuws dus. En dat voor slechts
een kwartje extra. De Lotprijs wordt per 11 april namelijk € 1,50 per Lot per
trekking en dat is nog steeds veruit de laagste Lotprijs van alle loterijen!
Bovendien kunt u elke zaterdagavond op RTL 4 (na het nieuws van 19:30 uur) bij
de Lotto-trekking zien of u één van de ruim 400.000 prijswinnaars bent.
Voor nog meer informatie verwijzen wij u naar onze website www.lotto.nl.
...Allemaal goed nieuws dus. En dat voor slechts een kwartje extra...
Maar het minder goede nieuws is dat de Nederlandse lotto:
-
qua deelname per lot de duurste lotto in West-Europa (de wereld?) is.
-
van de totale inleg een kleiner gedeelte uitkeert aan de deelnemers dan enige andere lotto.
-
vaste prijzen hanteert zodat ze geen informatie over het aantal prijzen/deelnames
hoeft te publiceren...
- K = Kleur juist voorspeld.
- Voor de hoogste 3 prijzen geldt: bij meerdere winnaars wordt de prijs gedeeld.
De hoogte van het bedrag dat een individuele prijswinnaar ontvangt is bij deze prijzen dus afhankelijk van het
aantal winnaars. Dit aantal zullen we voorlopig schatten op basis van a) kansrekening en b) het aantal deelnemende
loten.
Omdat De Lotto geen mededelingen doet over het aantal deelnemende loten, hebben
T. Dieker en H. Tijms dit op een ingenieuze manier berekend (*). Of het door hen genoemde aantal van
ongeveer 3,2 miljoen voor het aantal rijtjes dat in een willekeurig gekozen week wordt ingevuld nog actueel is, zal gaandeweg blijken.
- De kans op 6 getallen en kleur goed is 1 op 48.870.360,00.
Per trekking is het geschatte aantal winnaars minder dan 1.
- De kans op 6 getallen (en kleur fout) is 1 op 9.774.072,00.
Per trekking is het geschatte aantal winnaars minder dan 1.
- De kans op 5 getallen en kleur goed is 1 op 208.847,69.
Per trekking is het geschatte aantal winnaars ongeveer 15 (3.2 miljoen
gedeeld door 208.847,69 = ± 15). De gemiddelde uitbetaling bij deze prijs
schatten we daarom op 50.000 gedeeld door 15 = € 3.333,33 ofwel
€ 2.366,66 netto.
- Zolang de hoogste prijs (jackpot) niet valt, neemt het prijsbedrag per trekking
toe met 400.000 Euro, ofwel netto 284.000 Euro. Per april 2009 wordt dit 500.000 Euro of 355.000 Euro netto.
- In de test gaan we er van uit dat een speltegoed inzetbaar is bij
eerstvolgende trekking, met dezelfde keuze van getallen.
(*) Zie T. Dieker en H. Tijms (2001) ‘Durft u het risico aan?’, p. 10 en 11.
|
|